Taart met ricotta en kersen

M014569_13493-43695_Recette_2016.04_2500
BIJ PICARD:
  • 1 rol zanddeeg met echte boter
  • 300 g ontpitte krieken
BIJ DE KRUIDENIER:
  • 600 g uitgelekte ricotta (bij voorkeur van schapenmelk, maar brocciu- of brousse-kaas kan ook)
  • 250 g suiker
  • 1 ei
  • 1 onbehandelde citroen
  • Een snuifje kaneel

Taart met ricotta en kersen

 Voor 6 personen

  • Ontdooien: zanddeeg
  • Voorbereiding: 20 min
  • Rusten: 30 min + 2 u
  • Bereiding: 1 u

Rasp de schil van de citroen en bewaar voor later. Schud de krieken in een steelpan met 180 g suiker en het sap van een halve citroen. Breng al roerend aan de kook. Neem de krieken van het vuur en laat een halfuurtje rusten.

Breng vervolgens opnieuw 10 tot 20 minuten aan de kook tot het sap aandikt en aan je lepel blijft kleven, maar houd er rekening mee dat de confituur nog verder zal opstijven als hij afkoelt (doe de test: giet een druppeltje vruchtensap op een bordje en zet het 10 min in de diepvriezer: het sap mag na 10 min nog een klein beetje vloeibaar zijn). Giet de kriekenconfituur in een schone bokaal, sluit hem af en laat afkoelen.

Verwarm de oven voor op 180°C (ovenstand 6).

Meng de ricotta met de resterende 70 g suiker, de kaneel en de citroenzeste in een kom. Kluts het ei erbij en meng het met de rest van de ingrediënten.

Leg het deeg in een ronde taartvorm van 24 cm en druk goed aan. Plooi eventueel overtollige deeg over de randen en rol er met een deegrol overheen om het te verwijderen.

Giet de kersenconfituur op de bodem van de vorm en garneer met de ricottamengeling.

 

Bak de taart 40 tot 50 minuten in de oven (tot de ricotta bindt en het deeg goudbruin is), laat afkoelen en laat de taart nog minstens 2 uur in de koelkast rusten.

TIP: Je kunt de kersenconfituur de dag zelf bereiden of een dag op voorhand. Bewaar hem in de koelkast.